De Maastunnel in Rotterdam is de oudste tunnel van Nederland. De tunnel onder de Nieuwe Maas werd op 14 februari 1942, in de 2e Wereld Oorlog, geopend. Het ontwerp is van J.P. van Bruggen en A.J. van der Steur. De tunnel voor auto’s, fietsers en voetgangers werd de tweede verbinding, na de Maasbruggen, tussen Rotterdam Noord en Rotterdam Zuid.
Tunnel van nationaal belang
Op 15 juni 1937 gaf Burgemeester Droogleever Fortuyn het startsein voor de bouw van de Maastunnel. De tunnel is één van de grootste openbare werken in die tijd. De bedoeling was om voor eens en altijd af te rekenen met opstoppingen om van Noord naar Zuid te komen en vice versa. De tunnel was niet alleen van betekenis voor Rotterdammers maar de weg moest een doorgaande weg worden van nationale betekenis. Een doorgang van de zuidelijke provincies naar de Randstad. Het Rijk dacht aan een brug, Rotterdam dacht aan een tunnel. Het werd de eerste tunnel van Nederland.
Stille opening
Tijdens de oorlog werd er doorgewerkt aan de Maastunnel. Onder druk van de Duitsers beef het stil rond de Maastunnel die al op 31 december 1941 was opgeleverd. Op 14 februari 1942 vond de volledige openstelling voor al het verkeer plaats, zonder feestelijkheden. De Maastunnel was al gelijk een succes. Een elektrisch drempel apparaat telde in de eerste jaren al zo’n 1400 passerende auto’s per etmaal.
Ontwerp Maastunnel
De tunnel bestaat uit twee gescheiden kokers met elk twee rijbanen voor gemotoriseerd verkeer en twee boven elkaar gelegen kleinere kokers voor fietsers en voetgangers. De karakteristieke ventilatie gebouwen van Maastunnel staan aan beide zijde van de Nieuwe Maas. Beide gebouwen, met toegangen en roltrappen voor de fietsers en voetgangers, zijn als architectonische bruggenhoofden ontworpen. Zij staan met de kop naar de Maas en suggereren dat er ook ondergronds een band bestaat tussen Noord en Zuid.
Rijksmonument
De Maastunnel samen met de tunneltraverse aan beide oevers staan op de nominatie (voorbeschermd) om Rijksmonument te worden. Het Maastunnelcomplex bestaat uit acht onderdelen: twee toegangsgebouwen, twee ventilatiegebouwen, twee garagegebouwen, de tunnel (twee autotunnels, de fiets- en voetgangerstunnel) en de tunneltraverse aan beide oevers (Bentinckplein, Henegouwerlaan, ’s-Gravendijkwal, Maastunnel, Doklaan, Maastunnelplein met ongelijkvloerse kruisingen/viaducten ter hoogte van de Beukelsdijk, de Mathenesserlaan, de Nieuwe Binnenweg, het Drooglever Fortuynplein en de Brielselaan).